Totaal aantal pageviews

woensdag 29 december 2010

Richting school C.

Sjakoo kon ook door de Westwijkstraat naar school. Via het achterom van de Leliestraat kwam Sjakoo zowat uit bij het kruispunt met de Bloemstraat. In de Westwijkstraat waren nog enkele stadsboerderijen. Bij een ervan kocht Sjakoo's vader altijd zijn klompen. Je had onderweg nog de melkhandel van Zwolle. Sjakoo's vader was bevriend met Luppie. Verderop was de bakkerij van Boxum en de christelijke school. In eigen haard zat de schoenmaker Rinke de Vries. Tegenover deze De Vries had je het snoepwinkeltje van Skute. Daar kon je dropkoppen en losse sigaretten kopen. Achter het rijtje huisjes waarvan het winkeltje er een was, liep langs de gracht nog een onderpad. Tegenover de school was ook nog een rijtje huisjes. Een vrachtauto reed op een kwade dag de hele zijkant van het hoekhuis af. Op de tegenoverliggende hoek met de Onnastraat was een schildersbedrijf gevestigd.

dinsdag 28 december 2010

Paasweide, 2

Op de Paasweide werden eind jaren vijftig, begin jaren zestig de Acaciastraat en de Lijsterbesstraat aangelegd en de Bloemstraat werd doorgetrokken. Tussen de beide nieuwe straten in was een trapveldje waar Sjakoo heel wat af heeft gevoetbald. Aan het nieuwe stuk van de Bloemstraat woonde  de Indische familie Pietersen. (Ook hier werd door buurtkinderen vaak kindertelevisie gekeken.) De oudste dochters Erna en Nora waren heel aantrekkelijk. Bij Sjakoo's weten heeft een van hen met de kapper Karel Snijder een relatie gehad. In de Acaciastraat woonde een andere Indische familie: Renoult. Met oudste zoon Rob is Sjakoo later nog een tijd bevriend geweest (ze woonden toen aan de Paul Krugerstraat). Aan de Lijsterbesstraat verrees de Julianaschool. Deze mulo is door Sjakoo met succes afgerond. Het gebouw is ondertussen een heel complex geworden, want de de hbs maakt er nu ook deel van uit.

vrijdag 24 december 2010

Paasweide

Te beginnen bij de boerderij van Mens liep een paadje langs de Paasweide het land in. Aan dat pad lagen nog de boerderij van ome Jan en tante Geesie (waar veel kinderen op woensdag- of zaterdagmiddag kindertelevisie kwamen kijken of gewoon na school wat rondhingen), de boerderij van Van Kampen (de Klaampe) en de veranda van Kuiper. Daar was een hek. Achter dat hek begon het weiland (het derde land). Verderop was de entepoele, waar de Watergoot in uitliep. Bij de Klaampe moest Sjakoo wel eens aardappelen halen. Gert Kuiper voetbalde net als Sjakoo later bij Olde Veste. (een tijdje in hetzelfde team in de B- of A-junioren). De Klaampe kwam Sjakoo jaren later regelmatig tegen in cafe Wachter (de Toeje) aan de Meppelerweg, als hij daar op vrijdagavond wel ging biljarten met een kameraad (daar was nog een dubbeltjesmeter). Samen met andere stille drinkers (waaronder Josef Wattimena) werd er dan gekaart. (Sjakoo's grootvader hielp voor de oorlog op feest- en hoogtijdagen wel met oberen bij de Toeje).

                                                               Boerderij van Van Kampen

vrijdag 17 december 2010

Stadsrecht

In de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag bevindt zich een handschrift (75 K 25) dat het stadrecht van Steenwijk bevat over de periode 1609 - 1777. Het is op 9 april 1772 opgeschreven door J. van Riemsdijk. Het maakt onderdeel uit van de in 1877 verworven collectie De Wal. De band is halfleer en heeft 75 folia in octavo.

woensdag 15 december 2010

Cowboy Henk

Iemand wiens echte naam ik niet eens weet, maar die door het leven ging als Rafles, of ook wel als de Cowboy, heeft die laatste bijnaam vermoedelijk gekregen dankzij een schietincident. Hij had zijn hand onder water gehouden en beweerd dat een kogel uit een pistool op het water zou afketsen of door het contact met het water afwijken van zijn baan of iets dergelijks. Hij schoot in ieder geval met een pistool door zijn eigen hand (om zijn ongelijk te bewijzen).

vrijdag 10 december 2010

Hoomoedt

Sjakoo’s moeder was bevriend met Antje Hoomoedt, Sjakoo’s vader met Dolf Hoomoedt. De laatste was de gehandicapte man in de kiosk aan de Gasthuispoort. Dolf was lid van een damclub en kon na een tijd nog maar uiterst moeilijk een schijf verzetten. De dritte im Bunde was Mini, ook wel gekke Mini genoemd. Deze was eenzijdig begaafd (ze haalde b.v. wel het lidmaatschapsgeld van de NCRV-gids op). Uiteindelijk belandde ze in een gezinsvervangend tehuis.

woensdag 8 december 2010

Even aanleggen in 1783

Volkert van der Plaats (1746-1806), uitgever en boekverkoper in Harlingen, maakte in de zomer van 1783 een reisje door Friesland, Drenthe en Groningen. Hij was in goed gezelschap van zijn echtgenote Anna Toussaint (1748-1803) en nog drie andere echtparen uit Harlingen: burgemeester Syds Hendriks Schaaf en zijn vrouw Trijntje Winia, med dr Gajus Andreae en diens vrouw Catharina Gratama, en notaris Augustus Robertus van Dalsen en diens vrouw Dieuwke Pesma. Men reisde in twee ‘toewagens’ en bekeek onderweg allerlei bezienswaardigheden, zoals de graftombe van Menno van Coehoorn in Wijckel, kerkinterieurs, tuinen van buitenplaatsen, dorpen, steden. Onderweg sliep men in logementen en herbergen, waar de slaaplaatsen niet altijd de goedkeuring van de dames konden wegdragen.

1783:
Vrijdag: Wij bevonden ons nu bijna op de scheiding van Friesland en na ingenomen berigten was t best, om onse nagtrust te nemen op Westerbecksloot [=Westerbeeksloot] waar na toe wij ons dan begaven ruim 6 uur langs een weg die meestal regt uitliep, bij een gegraven vaart, en aangelegd door de Hr Heloma. Quartier voor 7 bevonden wij ons aldaar, zijnde een herberg met een tuin daar agter, staande alleen en eenzaam, het Heerenlogement genaamd, of in ’t wapen van Drenthe. Het huis geeft een fraaij aanzien, dan wij kwamen daar te onpas, men konde zo veel slaapplaatzen als er nodig waren niet geven, en van eten was men niet voorsien, zo dat wij na overleg genomen te hebben besloten nog vandaar te vertrekken, te meer toen wij hoorden dat men in ¾ uur te Steenwijk konde komen, en in 1 ¼ uur te Meppelt. Wij kozen de naaste plaats, dog door belet van hooijwagens die ons ontmoeten, en door de smalle weg op hielden, kwamen wij te 9 uur dien avond aan te Steenwijk. De poort die wij inreden wierd wel netjes gerepareerd en vernieuwd. Wij vonden de stad florissanter als voorheen, het was er nu tamelijk levendig van menschen. In ’t logement het Posthuis wierden wij vriendelijk ontfangen en men had slaapplaatzen genoeg dan zij wierden alle niet even goedgekeurd, de avondmaaltijd die voor ons nog gereed gemaakt wierd, kond ook nog wel passeeren.

Saturdagmorgens tegen 8 uur van Steenwijk, na Meppel is 1 ½ uur ruim rijdens. Op deze weg die op zommige plaatzen niet onvermakelijk is, moet men een gids hebben. Het is bijna niet mogelijk, al vraagt men nog zoo naukeurig, den weg te vinden. Want bij voorbeeld als ons gezegd was de regterhand om te slaan, moeste het zijn de linker, denkelijk dat men meende des vragers hand, en niet des antwoorders.