Totaal aantal pageviews

vrijdag 25 juli 2014

Ynske

Rond 1956 werd het toneelstuk 'Ynske' opgevoerd door de Bravo's. Sjakoo's nicht Femmie Mol en zijn neef Meine Mol (broer en zus) speelden er in mee. Net als Jan de Vries, Elly Bijkerk, H. de Vries en Frans ten Veen.





dinsdag 22 juli 2014

Buren

Sjakoo's buren op de Kleine Kamp waren jarenlang dezelfde: Appe de Solle en de vrouw (nog in de parremetoasie van Sjakoo's echtgenote) en hun twee dochters Eefje en Joke.




maandag 21 juli 2014

CVO-2

HET PERSONEEL

Over de onderwijzers en onderwijzeressen is heel wat te schrijven. Ik
laat er een aantal de revue passeren en ik begin dan bij degene waaraan
ik de mooi-ste herinneringen bewaar, namelijk  Meester Verhoeven*. Ik
kreeg hem in de tweede klas en hij was de ster bij de jongens. Hij kon
goed voetballen en de voetbalclub NJV (Het Nederlands Jongelingsverbond)
won toen zelfs wel eens van Rood-Wit op het bulterige veld achter de
schietbaan aan het eind van in de Kallenkoterallee.

Op woensdagmiddag (dan was er geen school) gaf hij mondharmonikales. Ik
vergeet het nooit. Wij moesten beginnen met een mondharmonika Hohner C.
Op 29 augustus 1939 wordt hij gemobiliseerd en tijdens de mobilisatie op
school vervangen door mej J. Vogelzang. Hij sneuvelt op 15 mei 1940,
zijn overlijden wordt aangegeven te Utrecht, de juiste plaats is
onbekend.
In de bestuursvergadering van 10 juni 1940 wordt hij herdacht: "Thans
moet ook met smart herinnerd worden aan het tragisch overlijden van
meester Van der Hoeve. Inderdaad was hij een goed onderwijzer, die het
hart der kinderen had. Zijn plotseling verscheiden heeft ons diep
getroffen."

Een ander figuur was meester Wicher Scholten, wij noemden hem "meester
Mies". Hij kon niet zo best orde houden, maar met zo'n bijnaam viel
dat natuurlijk ook niet mee.

Juffrouw Metha Roeles was telg van een toentertijd bekende Steenwijker
familie. Zij had voor haar eerste klas een aparte ingang aan de
linkerkant van de school. Jufrouw Roeles was een kort dik propje, kun je
wel zeggen. Ze had ook O-benen en daar kon wel een varken(tje)
tussendoor, dachten we! Als ze je mocht kon ze je zo lief met de
bovenkant van de wijs- en middelvinger in de wang knijpen. Als je stout
deed zij dat met wat meer kracht!

Juffrouw Hinke van der Velde was een aardige juffrouw, maar o zo
gemakkelijk, nonchalant en soms wat onbeholpen. Zij liep nogal stevig.
Bij het fonteintje werd geregeld gemorst en dat was niet best voor de
houten vloer. Op den duur was het hout gaan rotten en ja op een keer
zakte juffrouw  Van der Velde erdoor.
Achter haar tafel zat zij zoals zij zat, vaak wijdbeens en met gaten in
de broek. Van af die plaats gooide zij de schriften meestal de klas in.
Zij was beslist niet stressgevoelig en heeft het dan ook erg lang
volgehouden bij de niet altijd gemakkelijke jeugd. Een leuke mens en
naar ik meen te weten ook een goede juffrouw, want toen meester
Zwevering met de mobilisatie in 1939 in dienst moest, kreeg zij de zesde
klas.

Meester Zwevering had dus de zesde klas, zelf heb ik hem slechts kort
meegemaakt, maar ik herinner mij nog goed dat hij zangles gaf. Alle
leerlingen uit zijn klas zongen dan om het hardst "Sol sol la sol sol
la sol do mi" enzovoort. Al die noten stonden maandenlang op het bord.
In de vijfde klas en later nog even in de zevende klas konden wij van
het enthousiaste gezang duidelijk mee genieten. Het was het
"Zondagslied" met als refrein "Psalm en lied, psalm en lied".
Meester Zwevering had sluik haar en een adamsappel. Misschien was het
wel daarom dat wij hem "de geite" noemden.

Meester Herman de Boer was de zoon van smid Barteld de Boer in de
Gasthuisstraat en ontkwam dus niet aan de voor de hand liggende bijnaam
van "de kachelpiepe". In mijn tijd "deed" hij veelal de zevende
en achtste klas, de klassen van het hoofd, meester Remijn.



INKT

Met de Nieuwe Onderwijswet van 9 oktober 1920 kwam een einde aan de
schoolstrijd en werd het bijzonder onderwijs gelijkgesteld met het
openbaar onderwijs. Er werd nog wel vaak geknobbeld om een leerling en
ook de klantenbinding was belangrijk.
Mjjn grootvader was bestuurslid en overleed op 1 februari 1924. Op 19
maart is er dan een bestuursvergadering en, ik citeer:
"De heer Broersma* vraagt of de Wed. van Dalen niet wat meer aan de
school kan leveren dan tot dusver het geval was. Niemand heeft daar iets
tegen, als de prijzen niet hooger zijn als bij anderen, en de kwaliteit
even zoo goed is."
Toen ik als kind in de dertiger jaren bij meester Remijn op school ging,
kreeg ik zo nu en dan een briefje van hem mee voor mijn grootmoeder.
"Omoe" zoals we toen zeiden, had een winkel in de Oosterstraat. Zij
verkocht uiteraard touw, maar verder ook zo ongeveer van alles wat je
kunt bedenken, van eau-de-cologne tot klompen en van kinderspeelgoed tot
psalmboekjes.
Met dat briefje nu bestelde meester inkt. Tegenwoordig wordt dat op
school met die balpennen veel minder gebruikt, maar toen leerde je
daarmee schoonschrijven.
Mijn grootmoeder mocht dus de inkt leveren, drie of vier flessen met een
liter inhoud. Zij had dat niet op voorraad, want zij had er maar E9E9n
klant voor, maar de nood was nooit zo hoog. Een briefkaartje naar Talens
was genoeg en twee-drie dagen later kwam Van Gend & Loos met de bestelde
inkt en mocht ik die meenemen naar school.
Wij zaten toen in schoolbanken met twee kinderen. In het midden bovenin
de bank zat een inktpot, waarin door de meester of de juffrouw inkt werd
gedaan als het nodig was. Op die inktpot stonden vier letters: DRGM,
voor ons was dat een afkorting van de woorden Die Rare Gekke Meester.

Juffrouw Rita Flink
Een typje was juffrouw Flink*, die had toen de derde klas. Zij had ook
wat met inkt. Eens per week moesten wij de banken met sop schoonmaken.
Daartoe hadden wij op verzoek van de juffrouw allemaal van thuis een
doosje meegenomen met een sponsje en een doekje en een stukje Klok- of
Sunlightzeep.
Het was een heel gedoe en de ceremonie verliep als volgt: Keurig in de
rij gingen wij naar het fonteintje dat rechts vooraan in het lokaal zat
om ons sponsje of doekje nat of liever: vochtig te maken. Daarmee en met
de zeep moesten wij dan onze bank schoonmaken en vooral de gemorste inkt
eraf zien te krijgen.
Dat lukte uiteraard niet altijd, maar op den duur lukte het wE8l om de
verf van de bank te krijgen. Wat weer tot gevolg had dat schilder Groen
uit de Kalverstraat (een kinderrijk gezin en belangrijk voor de school)
de banken in de vakantie weer als nieuw schilderde met dat bekende
lichtbruin met gele streepje. Hoe hij dat voor elkaar kreeg, heb ik
nooit begrepen.
Juffrouw Flink kon mooi zingen en onder de leerlingen werd gemompeld dat
zij daartoe krijt at...  Zoals reeds gezegd was het een typje en dat was
ook zo toen zij eens van de wc kwam en ... vult u zelf maar in.

MEESTER BEREND JAN VAN DALEN
Hij was de oudste broer van mijn vader en dus ook de oudste van de vijf
broers, waarvan drie in het onderwijs terechtkwamen. Alle drie waren ze
leerlingen van de Christelijke School in de Gasthuisstraat en hebben ze
enige tijd in de school aan de Westwijkstraat gestaan als volontair of
als onder-wijzer.
Mijn oom Berend Jan heb ik niet gekend, hij is jong overleden en hij is
dus nooit een oom voor mij geweest. In gesprekken hadden wij het in de
familie altijd over Berend Jan.
Berend Jan van Dalen werd geboren te Steenwijk op 14 mei 1892 en groeide
op in de Oosterstraat in een echt hervormd gezin. Hij ging dus ook naar
de Christelijk School, waarvoor hij nu 100 jaar geleden op 11 maart 1898
als leerling werd aangemeld.
Zijn moeder, mijn grootmoeder, kwam uit een onderwijzersfamilie en zal
het wel geregeld hebben dat Berend Jan op 4 mei 1907 begon aan een
studie aan de "christelijke normaalschool op den klokkenberg" te
Nijmegen.
Dat was voor die tijd toch ver van huis en zeker ook een kostbare zaak.
Berend Jan kon heel goed leren en doorliep de school zonder problemen in
vier jaar. Tussendoor behaalde hij in 1910 nog een getuigschrift van een
spelleiderscursus en op 27 oktober 1910 wordt hem de akte van
bekwaamheid voor huis- en schoolonderwijs in de vrije en orde oefeningen
der gymnastiek uitgereikt.
21 april 1911 is zijn grote dag, want dan wordt hem de
akte  van bekwaamheid als onderwijzer uitgereikt.
Hij is klaar om voor de klas te gaan staan en met een grootvader als
kruiwagen in het bestuur van de school, lukt het al met vijf dagen! Dan
is er namelijk "bestuursvergadering ten huize van den heer B. van
Dalen. Berend Jan van Dalen wordt bij acclamatie benoemd tot tijdelijk
onderwijzer voor de maand mei als mej. Verleng nog niet beginnen kan."
Precies een maand later op 25 mei 1911 overlijdt zijn grootvader Berend
van Dalen!
In de notulen van het schoolbestuur van 26 mei 1911 lezen we:

"De vergadering is samengeroepen om te spreken over den- in vorige
verga-dering voor de maand Mei benoemden onderwijzer B.J. van Dalen.
1 Januari moet een nieuwen onderwijzer worden aangesteld, zoodat men
voor de vraag staat: Hoe nu te handelen? Het hoofd der School de heer
Putto, die ter vergadering aanwezig is, geeft op de vraag welken indruk
van Dalen als onderwijzer maakt ten antwoord, dat hij, zooals vanzelf
spreekt zonder enige ervaring is, overigens iemand van goeden wille, die
door ondervinding wel zal leeren, en wiens werk men als "voldoende"
kan kwalificeeren! Hoewel het bestuur wel gevoelt "t bezwaar door den
heer de Boer geopperd, dat van Dalen dit jaar moet loten voor nationale
militie, besluit men toch met algemeene stemmen van Dalen te benoemen
als tijdelijk onderwijzer tot 1 Januari a.s. op een salaris van 83
260,- per jaar en terwijl erop gewezen wordt dat deze benoeming geen
grond kan zijn voor de verwachting dat hij 1 Jan. voor vast zal worden
aangesteld."
Op 8 december 1911 moet het bestuur een definitieve beslissing nemen,
want
"De onderwijzer B.J. van Dalen is nog steeds als tijdelijke leerkracht
werkzaam. De heer Putto noemt zijn onderwijs middelmatig, maar prijst
hem om zijn ijver en bereidwilligheid. Met algemene stemmen wordt, na
enige discussie omtrent zijne werkzaamheid, de heer B.J. van Dalen
benoemd tot onderwijzer, terwijl er bij hem zal worden opaangedrongen
dat hij het naexamen voor Chr. Volksonderwijs zal afleggen."
1 januari 1912 krijgt hij zijn vaste aanstelling. Tot zover loopt alles
gesmeerd en de toekomst ziet er voor hem rooskleurig uit.
Echter, op 17 mei 1913 moet het bestuur zich beraden.
"De onderwijzer B.J. van Dalen is ongesteld geworden en zal op raad
van den geneesheer 3 maanden rust moeten nemen... Voorlopig kan de
school voortgaan met behulp v/e leerling der Normaalschool" ... "en
op dat het ook voor de school wenschelijk zal zijn zoo de onderwijzer
Van Dalen zich houdt aan het medisch advies en zich in een sanatorium
doet opnemen."
Van de vergadering van het bestuur op 3 juni staat genotuleerd:
"Thans wordt de vraag besproken wat ons te doen staat, met het oog op
de ongesteldheid van den onderwijzer B.J. van Dalen. Tot nu toe is zijne
klasse waargenomen door den kwekeling H.vd Berg en den onderwijzer
H.Hoogeweg, hetgeen echter niet geoorloofd is." Hoogeweg wordt dan
benoemd tot volontair (boventallig onderwijzer) op een salaris van 83
260,- per jaar.
Het gaat niet goed met Berend Jan. Op 30 juni 1913 wordt hij opgenomen
in het Krankzinnigengesticht te Loosduinen. Is het alleen tbc of nog
erger?
In de bestuursvergadering van 27 oktober 1913 komt de ziekte weer ter
sprake en "Een attest van Dr Noordzij wordt overgelegd, waarbij deze
verADklaart dat van Dalen naar zijn mening geschikt is om weer
onderwijs te geven, doch voorlopig alleen in de middaguren."
Maar in december gaat het weer mis. "De onderwijzer B.J. van Dalen is
helaas opnieuw ongesteld geworden en zal zich op raad van den geneesheer
naar een sanatorium moeten begeven. Voorzitter heeft reeds met zijnen
vader over een en ander gesproken en hem geraden dat zijn zoon met 1
Januari ont-slag zou nemen, doch daartoe bleek bij dezen geen plan te
beADstaan ... Volgens de aanstelling moet de onderwijzer van Dalen -
die reeds 6 maanden ziekteverlof heeft gehad - voor de volgende 6
maanden een plaatsvervanger stellen, zoodat de voorzitter op zich neemt
deze zaak met hem te bespreken."
Op 1 mei 1914 vraagt men zich af: "Hoe te handelen met den zieken
onderwijzer van Dalen, die naar menselijke berekening 1 Juli zijn
werk wel niet zal kunnen hervatten. Na eenige bespreking wordt
goedgevonden dat de voorz. de geneesheer zal raadplegen en voorts aan
den heer van Dalen zal adviseeren tegen 1 Juli ontslag aan te vragen,
daar hij waarschijnlijk toch op dien datum niet in functie zal kunnen
treden."
Maar op 7 mei is ingekomen het verzoek van Van Dalen senior om
verlenging van het verlof van zijn zoon in de hoop dat hij daarna weer
hersteld zijn arbeid zou mogen voortzetten. "Met algemene stemmen
wordt besloten dit verzoek niet toe te staan, omdat van Dalen reeds 2
maanden langer verADlof ontving, dan hem volgens instructie toekwam en
er bovendien naar medisch advies niet op spoedige hervatting van de
arbeid valt te hoopen."
-------------------------------------------------------------------------

* Tjeerd van der Ploeg werd geboren te Menaldumadeel op 24 februari 1858
en in 1877 benoemd tot onderwijzer aan de Christelijke school te
Steenwijk. Met de Doleantie in 1886 gaat hij over naar de Gereformeerde
Kerk en krijgt ontslag als onderwijzer "omdat hij zich als ouderling
in de Geref. Kerk liet aanstellen." Hij heeft zich zeer beijverd voor
de Gereformeerde Schoolvereniging.
* Pieter Lodewijk van der Hoeven werd geboren te Dordrecht op 7 juni
1909. Hij is onderwijzer te Beekbergen als hij per 1 april 1935 in de
vacature Tip wordt be-noemd. In Steenwijk woont hij respectievelijk op
de adressen Noordwalstraat 7, Woldstraat 40 (bij Wolter van Eeken) en
vanaf 18 augustus 1939 op Gagelsweg 6.
* De heer Broersma is de grootvader van mijn vrouw.
* Gerarda Margrietha Flink was van 1 juli 1931 tot 1 oktober 1941 aan de
school verbonden.  Daarna vertrok zij naar Berlijn. Zij woonde in
Steenwijk bij de familie Repko in de Willem de Zwijgerstraat. Daarna is
zij naar Berlijn vertrokken

CVO


 

De Christelijk School


 

te Steenwijk


en mijn familie


 


Henk van Dalen






125 JAAR CHRISTELIJK ONDERWIJS IN STEENWIJK


Het 125-jarig bestaan van het Christelijk Basis Onderwijs in Steenwijk werd gevierd met een groot feest op vrijdag 18 september 1998 met de ruim 700 leerlingen van de
de Bernhardschool,                                 de Willem Alexanderschool,
de Johan Frisoschool                                          en de Claussschool,
en op 19 september 1998
‘s morgens met een herdenkingsdienst in de Grote Kerk,
 ‘s middags met een open huis in alle CBO-scholen.

Toen het bestuur van de Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs te Steenwijk in verband met de viering van het 125-jarig bestaan een oproep deed aan de leden om voor een expositie oude foto’s en documenten be-schikbaar te stellen, ben ik eens gaan snuffelen in mijn familie-archief. Ik mag wel zeggen dat mijn familie iets heeft met het onderwijs en met de Christelijke School te Steenwijk in het bijzonder. Als ik dat zo stel dan hoort daar enige uitleg bij.

De christelijke school en mijn familie.

Bij de oprichting van de Christelijke School in Steenwijk was mijn overgrootvader Berend van Dalen nauw betrok-ken en ook mijn grootvader Hendrik van Dalen maakte later deel uit van het bestuur. Hij werd 16 augustus 1864 geboren en is één van de eerste leerlingen van de Christe-lijke School geweest.                                                              Berend van Dalen
                                                                                                                             1836 - 1911
De volgende generatie was nog nadrukkelijker aanwezig. Mijn vader was met vier broers en allen zijn ze hun schooltijd begonnen in het ‘Gebouw voor Christelijke Belangen’ in de Gasthuisstraat, alleen de jongste mocht zijn schooltijd volmaken in de nieuwe school aan de Westwijkstraat. Drie van hen èn mijn schoonvader zijn kortere of langere tijd bij het onderwijs aan deze school betrokken zijn geweest.
In 1934 begon mijn lagere schooltijd in de Westwijkstraat en mijn zusje   Annie volgde in 1937. Wij behoorden tot de vierde generatie Van Dalens.


Van de vijfde generatie ging mijn dochter Jeanette ook nog naar de school in de Westwijkstraat, maar de jongens Jan Willem en Henk Jan bezochten de nieuwe Bernhardschool in de Wilhelminastraat. Mijn dochter, inmiddels mevrouw De Jong, is al jaren als invalkracht voor de klas te vinden op deze eerste school voor wat nu heet Christelijk Basis Onderwijs in Steenwijk. Van de zesde generatie hebben haar twee oudsten, Anne-Margreet en Irene, inmiddels de school doorlopen en gaan de jongsten, Douwe en Jan Bernard, van de zesde generatie van de familie hier elke dag naar school.
Het zou te ver voeren om die hier te vermelden, maar in Steenwijk en elders stonden en staan ‘verdere‘ familieleden voor de klas.

De stukken uit mijn familie-archief maakten mij nieuwsgierig en noopten mij ook eens te gaan kijken in het archief van de school. Met name voor de foto’s moest nog het één en ander aan gegevens worden verzameld. Het was de moeite waard en het bracht mij ertoe verschillende dingen te noteren en er wat over te schrijven. Bij mijn speurtochten moest ik tot mijn teleurstelling ondervinden dat de eerste (drie) notulenboeken niet in het archief aanwezig waren. Ook andere stukken ontbraken over die periode.
Voor sommige perioden was helaas voor mij van toepassing de verzuchting die wij kunnen lezen in de notulen van bestuursvergadering van 10 december 1948: ‘Dan wordt door den penningmeester als bezwaar naar voren gebracht dat we niet genoeg vergaderen en er daardoor dingen gebeuren die aan de bestuursleden niet bekend zijn.’ Zo blijven voor historisch onderzoek vaak  vele vragen onbeantwoord.

Gelukkig zijn er nog andere bronnen die enige, zij het sporadische, informatie konden geven, zoals de notulen van de kerkeraadsvergaderingen van de Hervormde Gemeente, het boekje ‘Een Stukje Gereformeerde Schoolgeschiedenis’ van H. Bos en het archief van de Opregte Steenwijker Courant. Met behulp van die archiefstukken was het mogelijk een aardig beeld te scheppen van de start van de school.
In chronologische volgorde geef ik eerst mijn verslag over die beginperiode en eindig ik met de tekst van een les over mijn eigen schooltijd die ik mocht geven op 16 september 1998 aan de twee hoogste groepen van de school.
Hendrik van Dalen  *11-11-1927

BEGIN VAN  HET CHRISTELIJK ONDERWIJS IN STEENWIJK

Op 18 maart 1872 kunnen we in de Opregte Steenwijker Courant lezen dat ‘bij de raad dezer gemeente een rekwest is ingekomen van den heer Hoogenhuizen c.a., houdende aanvraag om gemeentelijke subsidie, voor de stichting eener school van christelijk-nationaal-onderwijs te dezer stede. De raad heeft bedoeld rekwest in handen gesteld der plaatselijke schoolcommissie, om berigt en raad.’
Deze krant meldt op 15 april 1872 dat ‘met tien tegen eene stem het verzoek om subsidie tot het stichten eener bijzondere school voor christelijk-Nationaal onderwijs te dezer stede, is verworpen, op grond van art. 3 en 23 der wet op ‘t lager onderwijs.’

In de kerkeraadsvergadering van de Hervormde Gemeente van 3 oktober 1872 ‘kwam ter tafel een schrijven van Heeren Kerkvoogden van den 3 Okt. ll., ten geleidde van een hun toegezonden adres van de Commissie van het Christelijk Nat. Schoolonderwijs van Sept. ll., om te dienen van considerati-en. Besloten wordt daarom te antwoorden, dat de Kerke­raad geen bezwaar heeft tegen het gebruikmaken van de Kleine Kerk op Dinsdag 15 Okt des voormiddags, ten einde bij gelegenheid der opening van de Christelijke bijzondere school een openingsrede te houden.’

En op 7 oktober 1872 geeft de krant ons de laatste informatie voor de ope-ning der school: ‘Het getal der kinderen ingeschreven voor onderwijs op de Christelijk school alhier, bedraagt tot nu toe 80. De school wordt 15 Oct. a.s. geopend.’
De Opregte van maandag 21 oktober 1872 bericht hierover uitvoerig en begint met de woorden: ‘Jl. dingsdag hield de heer van Hoogenhuijze, predi-kant bij de Herv. gemeente alhier, in de kleine kerk dier gemeente, ten aanhore eener vrij talrijke menigte, eene toespraak ter inwijding van de alhier gestichte “school voor Christelijk onderwijs.”

Dezelfde krant van 7 oktober 1872 geeft nog meer informatie met een paar advertenties, waaruit we iets kunnen proeven van het enthousiasme van op-richters en medewerkers:



·       Christelijke School. De Avondschool van 6 tot 8 uur zal geopend worden 1 NOVEMBER. Zij die daarvan gebruik wenschen te maken, worden verzocht zich te vervoegen bij den Heer VAN BUUREN, Hoofdonder-wijzer, Woldstraat.                                                                                                                                                    
     DE COMMISSIE
·       Eenige Voorstanders van Christelijk onderwijs zouden het in ’t alge-meen belang zeer wenschelijk achten, dat de Openingsrede ter inwijding der Christelijke school alhier, uitgesproken door den WEw.Z.G. Heer Ds. VAN HOOGENHUIJZE, door den druk werd ‘t licht gegeven. Zij achten deze rede te belangrijk, om haar niet meer algemeen bekend te maken.



CHRISTELIJK SCHOLEN IN STEENWIJK
In mijn tijd als schooljongen, dat was in de dertiger jaren, had je in de stad Steenwijk verschillende lagere scholen. Je had uiteraard de Openbare Scholen en zoals ik het als geboren en getogen Steenwijker altijd ervaren heb, had je toen één Christelijk School. Voor veel Steenwijkers en vooral voor de oud-leerlingen was dat de CVO-school, de school voor Christelijk Volksonderwijs aan de Westwijkstraat. Ouderen hadden het in de dertiger en veertiger jaren  ook wel over de school van Remijn, het toenmalige hoofd.
Er waren nog meer Christelijke Scholen en dat waren de Gereformeerde School en de Rooms-Katholieke School. En om nog maar even in stijl te blijven:  In de loop der jaren zijn er in de stad Steenwijk nog drie Christelijke Scholen en een Gereformeerde School bij gekomen.

                 
CVO-School Gasthuisstraat  1904 / 1905 / 1906
uiterst rechts meester R. de Bruin, aan school van 1873 tot 1-10-1906.
Bovenste rij      4 Jan Bernard  van Dalen   *26-06-1894    naar school 1901
voorste rij         2 Gerrit Aalex van Dalen   *15-10-1896    naar school 1902
                        8 Jan Willem   van Dalen   *  9-11-1898    naar school 1904


MIJN SCHOOLTIJD

Als kind ging ik in de dertiger jaren met mijn zusje Annie bij meester Remijn op school. Dat was de CVO-school, de School voor Christelijk Volksonderwijs aan de Westwijkstraat. De school stond goed bekend en groeide en bloeide.


Al in 1908 wordt gesproken over een uitbreiding. Onder leiding van architect Bijkerk werd de school een paar maal  (in 1929 en in 1939) ‘verlengd’ wat op bijgaande foto duidelijk is te zien. De groei ging door en ook de stad Steenwijk groeide. 


Nu zijn er wel vier scholen voor wat thans heet: 

Christelijk Basisonderwijs.


OVER HET 125-JARIG BESTAAN
VAN DE  CHRISTELIJKE SCHOOL IN STEENWIJK

Over de festiviteiten en herdenkingen lezen we in de notulen van het school-bestuur niet erg veel. Voor degenen die het mee beleefden, was veel immers vanzelfsprekend. In vogelvlucht laten we de 125 jaren voorbijgaan:

15 oktober 1897 werd het 25-jarig bestaan der school feestelijk her- dacht.
‘Het bestuur had de oprichter Ds E.A.G. van Hoogenhuizen te Nijmegen en het eerste Hoofd, de heer W.J.G. van Buuren te Dordrecht uitgenodigd om het feestje bij te wonen. Beiden waren verhinderd. Ds Van Hoogenhuizen had nog een feestgave van ƒ 10,- gezonden.
Ds Eijkman hield een feestrede over Psalm 126, de secretaris las een beknopt historisch overzicht voor en de hoofdonderwijzer R. de Bruin sprak een woord over en in het belang van het Christelijk onderwijs. De gelden voor de tractaties aan de kinderen enz. werden bijeengecollecteerd tot een bedrag van ƒ 71,-'

‘15 october 1912 was ‘t 40 jaar geleden dat onze school werd geopend. De eerste voorzitter en stichter der school ds E.A.G. van Hoogenhuizen was uitgenodigd dien avond voor de gemeente te willen optreden. Hij heeft echter gemeend met het oog op zijn hoogen leeftijd hiervoor te moeten bedanken, doch zond ons tevens als blijk zijner onverzwakte belangstelling een feestgave van ƒ 25,- Op 1 november zal de herdenking gevierd worden.’

Het bestuur praat op 25 september 1922 over het 50-jarig bestaan op 15 ok-tober en in het verslag van de herdenking achter de notulen lezen wij:
‘Dinsdag 17 Oct. is het 50-jarig bestaan der School feestelijk herdacht. Des middags zijn de schoolkinderen onder geleide van de onderwijzers, onderwijzeressen en leden van het bestuur eerst in optocht door de stad getrokken. De verderen middag heeft de jeugd zich in de school en op het plein bezig kunnen houden met verschillende spelletjes, terwijl ze in de school getracteerd werd.
‘s Avonds trad in de Kleine Kerk Ds. A de Haan van Zwolle op als feestredenaar, daar Ds van Hoogenhuijzen verhinderd was. Ds de Haan sprak voor het talrijke gehoor, waaronder ook vele genodigden over Mt.18:14 
‘Alzoo is de wil niet uws Vaders, die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren ga.’
Op de ledenvergadering van 27 april 1932 
‘brengt de heer Kuiper nog in gedachten dat DV 17 October de school 60 j bestaat.’ Het bestuur beraadt zich erover en ‘Het 60-jarig bestaan werd op 17 October 1932 herdacht op School waar de kinderen getracteerd werden en het Bestuur aanwezig was. Moeilijke tijdsomstandigheden maakten het niet wenschelijk een groot feest te houden. Kerkelijk werd ‘s avonds te voren een en ander herdacht.’

Bij de volgende herdenkingen wordt een extra sprongetje van één jaar in de tijd gemaakt. In 1947 had kennelijk niemand eraan gedacht, maar op 15 april 1948 wordt door het bestuur ‘besloten op een nader te bepalen datum de kinderen te tracteeren met ‘t personeel, in verband met 75 jarig bestaan van ‘t C.V.O. op 1 Apr j.l. De kinderen zullen onthaald worden op chocolademelk, snoep en eierkoeken. ‘t Personeel op sigaren en bonbons.’

De school is van start gegaan op 15 oktober 1872 en bestaat al een half jaar als de Vereeniging voor Christelijk Nationaal Onderwijs wordt opgericht op 2 april 1873. Bij de herdenkingsfestiviteiten is steeds gerekend van af de start der school, maar nu wordt gerekend van af de oprichting van de vereniging. Ook het 100-jarig bestaan en de herdenking van het 125-jarig bestaan kwamen dus wat te laat, maar waren er niet minder om.




In 1907 werd de nieuwe school in gebruik genomen.

De voor velen vertrouwde ingang van de School voor Christelijk Volksonderwijs aan de Westwijkstaat te Steenwijk



CHRISTELIJK VOLKSONDERWIJS IN STEENWIJK

Na de Doleantie in 1886 werden al spoedig ‘Verenigingen tot Gereformeerd Schoolonderwijs’ opgericht. Zo ook in Steenwijk in 1894. De hervormden willen hun school echter behouden en op de ledenvergadering van 29 januari 1897 stellen zij ‘aan de orde de beslissing over het voorstel tot wijziging van art. 1 der Statuten, n.l. al of niet aansluiten bij de

Ver. voor Chr. Volksonderwijs.’

De heer Tj. van der Ploeg*, secretaris van de Gereformeerde Schoolvereni-ging, stelt: ‘de indruk die ik heb ontvangen is, dat heel de arbeid in het Chr. Volksonderwijs daartoe moet strekken, dat de kinderen harer scholen moeten worden opgeleid tot leden der Ned. Herv. Kerk. In ons land zijn drie vereenigingen voor Christelijk onderwijs, n.l. Chr. Nationaal, de Gereformeerde Vereeniging en Chr. Volksonderwijs. Ik kan vatten dat de leden der Hervormde Kerk de school voor hun kerk willen dienstbaar stellen, en omgekeerd ook, wij Gereformeerden willen niets liever dan eene Gereformeerde School. Maar Hervormden en Gereformeerden kunnen hier elkander niet missen voor de school. Christelijk Nationaal nu staat tusschen beide partijen in. Laten we niet propageren voor een Hervormde School noch voor een Gereformeerde School, laten wij blijven bij Chr. Nationaal.’
De heer J. Langman antwoordt: ‘wij willen geen secteschool maar een Nederl. Hervormde school.’ De heer Hogeweg vult aan: ‘Het doel is van het altijddurende geharrewar tusschen Gereformeerden en Hervormden af te komen. Niet om de kinderen Hervormd te maken; maar om de school te verzekeren in Hervormde handen. En dat de voorstellers beslist vreezen, dat het hier zal gaan zooals elders, nl. dat de school binnen korten tijd Gereformeerd is, en dan zouden zijne kinderen vaste spijzen moeten verteeren, nl. de formulieren van eenigheid, en wenscht, dat zijne kinderen met melk, met het Evangelie zullen gevoed worden.’


Met één stem blanco, 26 stemmen tegen en 27 vóór wordt het voorstel aangenomen en wordt besloten over te gaan van de Vereeniging Christelijk Nationaal Schoolonderwijs te Amsterdam naar de Vereeniging voor Christelijk Volksonderwijs te Rotterdam. Bestuursleden behoren voortaan lid te zijn van de Nederlandse Hervormde Kerk.

OFFERS

Voor de school heeft ons voorgeslacht heel wat offers moeten brengen.       25 jaar geleden was ik met mijn vader in de Meenthe bij de viering van het 100-jarig bestaan. Hij was toen 74 jaar en naar ik meen de oudste aanwezige oud-leerling. Hij vertelde toen een anekdote uit de tijd dat de Christelijk School werd opgezet. Er was geen overheidsgeld beschikbaar voor bijzonder onderwijs en het geld moest door de mensen zelf worden opgebracht. Op allerlei manieren werd getracht geld binnen te krijgen, het was niet altijd gemakkelijk, want iedere keer weer waren er tegenslagen.

Hendrik van Dalen
1864-1924
Toen er in die beginjaren voor de zoveelste keer een financiële tegenvaller was, werd besloten de getrouwen nog maar weer eens aan te spreken. Het was geen vetpot bij de mensen, maar wat voor moest gaan, ging voor. Zo zou mijn grootvader Hendrik van Dalen tijdens zo’n bezoek om meer steun eens ten antwoord hebben gekregen:

   “As‘t neudig is dan kan’k mien leste proempien
    tabak  ook nog wel laoten staon.”

Christelijke scholen hebben nu een eigen, niet weg te denken plaats gekregen in onze samen-leving.

De Wet op het Lager Onderwijs van 1920 bracht hierin met de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs een grote verbetering en het Christelijk onderwijs nam een hoge vlucht.


HET SUPPLETIEFONDS

Van af het begin van haar bestaan werd er voor de Christelijke School gecollecteerd in de diensten van de Hervormde Gemeente te Steenwijk. Afturvende kunnen we stellen dat er vele jaren tweemaal per jaar een collecte werd gehouden. Op 19 oktober 1878 bracht zo’n collecte het voor die tijd geweldige bedrag van  ƒ  95,50 op.

Het schoolgeld moest op de Christelijk scholen voor het grootste deel door de ouders zelf worden opgebracht en dat was voor iedereen niet even gemakkelijk. Daarom werd er een  Suppletiefondsgesticht en dat kon uit-komst bieden. Maar dat fonds voerde de opgenomen verplichtingen slecht uit en was meestal achter met de afdracht. De oorzaak was uiteraard dat er aan bijdragen en contributies niet genoeg geld binnenkwam. In een vergadering van 11 maart 1898 werd er dan ook voor gepleit dat de collecten voor de school in de kerk in het Suppletiefonds te storten, dan zou dat fonds voor vol schoolgeld kunnen zorgen.

De gereformeerden collecteerden toen al lang niet meer voor de school en die moesten dus ook naar vol schoolgeld. Bij de oprichting in 1894 had de
Vereniging tot Gereformeerd Schoolonderwijs
een eigen suppletiefonds gevormd en besloten werd ‘te schrijven aan Gere-formeerde Suppletiefonds, dat de Commissie aan het Herv. Suppletiefonds heeft voorgesteld, om met het oog op het tekort, zijne kinderen op vol Schoolgeld te brengen (bedragende  ƒ 14,-), dat dit voorstel is aangenomen en dat de Commissie nu beleefd het Geref. Suppletiefonds vraagt: hetzelfde voor zijn kinderen te doen.’ Maar het antwoord luidde: ‘dat voorloopig de staat der financiën niet toelaat om ƒ 14,- voor ieder schoolgaand kind te betalen.’

In januari 1899 kwamen de tarieven van ƒ 6 en ƒ 14 te vervallen, zodat het toen voor iedereen ƒ 10,-  bedroeg per kind en per jaar. ‘Op de Staatsschool wordt slechts ƒ 4,- geëischt. Deze concurrentie is te zwaar, heeft onze school ontvolkt.’
Het bleef tobben en in het verslag van de ledenvergadering van 25 januari 1907 lezen we:

‘Penningmeester herinnert breedvoerig hoe het voorheen met de klassenindeling is gegaan. Eerst was er maar één klas van ƒ 6,- Dat kon niet volgehouden worden. Toen kwamen er 3 klassen van ƒ 6, ƒ 10 en ƒ 14,- Een poosje ging het goed, toen viel de klasse van ƒ 6 uit en bleven de klassen van. ƒ 10 en ƒ 14. Daarop werd besloten de hoogste klasse te laten uitsterven, maar dan moest het Suppletiefonds zorgen, dat het aangevuld werd. Echter reeds 4 jaren lang bleef het in gebreke!’

De vergadering bleef vasthouden aan ƒ 10 onder voorbehoud echter, dat ‘zoo iemand tegen die som bezwaren heeft, hij het bij het bestuur moet inbrengen, dan kan dit naar bevind van zaken handelen en korting toestaan.’

Vele jaren later, op de jaarvergadering van 20 januari 1915 kwam het schoolgeld nog eens ter sprake en ‘De discussie, die hierover wordt gevoerd legt er den nadruk op dat het schoolgeld niet mag verhoogd worden, maar dat het gevorderde schoolgeld moet binnenkomen. Vooral het Suppletiefonds moet zien zijn inkomsten te vermeerderen.’

De volgende jaren verbeterde de situatie grondig, want de Wet op het Lager Onderwijs van 1920 was in de maak.

(Een tweede deel van dit artikel volgt)

vrijdag 4 juli 2014

Bravo's

Een prachtige foto (hartelijk dank Jan de Vries!) van de Bravo's; vermoedelijk uit de jaren vijftig.
Bovenste rij links Jan Houwer (?) en derde van links op de onderste rij Sjakoo's nicht Femmie Mol (?).



maandag 30 juni 2014

Nieuw deel van de bevolkingsregisters van de voormalige gemeente Steenwijk nu doorzoekbaar op naam!

Het gemeentearchief is weer een stapje verder in het project digitalisering bevolkingsregisters. Onze enthousiaste groep vrijwilligers heeft de indexering van de bevolkingsregisters van de voormalige gemeente Steenwijk, waaronder ook de registers van het armenhuis (periode 1860-1890) en de dienstbodenregisters (periode 1860-1910), tot de periode 1910 voltooid. Deze zijn nu ook doorzoekbaar op naam. Geïnteresseerden kunnen onder het kopje Zoeken- Zoeken op Personen speuren naar hun voorouders.